Sporting Trigon 100 jaar. “Hoe kan dat nou”, zal menigeen zich verwonderd afvragen en terecht. Nou het zit zo: Sporting Trigon is een bundeling van drie korfbalverenigingen, t.w. Fluks, Vicus Oriëntis en De Algemene. Die samensmelting vond plaats in 1995 en zoals gebruikelijk bij fusies werd de oprichtingsdatum van de oudste vereniging aangehouden als de oprichtingsdatum voor de nieuwe club.

Die oudste club was Fluks, die op 5 april 1911 het levenslicht zag. Vicus Oriëntis is van het trio met 40 jaar het jonkie. De zelfstandige verenigingen Fluks en De Algemene zijn even oud geworden, namelijk 62 jaar. De historie van 3 clubs in één verhaal op chronologische verwoorden is niet alleen lastig, maar ook verwarrend en leest niet lekker. Dus het loopt wat door elkaar, maar dat doen de “blauwen” en de andersgekleurden anno nu toch al!
 
Een eeuw korfbal in Leiden dus. Met de tegenwoordige hulpmiddelen (googelen op Internet) zou je verwachten veel documentatie te kunnen vinden over de drie clubs, maar niets is minder waar. De archieven zijn behoudens wat mogelijk aanwezig is bij het stadsarchief (nog) niet gedigitaliseerd. Krantenberichten zijn inmiddels wel op een website te vinden, maar dan moet wel het digitale winkelwagentje gespekt worden. We moeten het dus (voorlopig) doen met wat verzameld is door de leden van de  betreffende clubs en daarbij moeten we helaas constateren dat er van Vicus Oriëntis erg weinig tastbaars te vinden is. Krantenknipsels van wedstrijden en het clubblad dat de fusie aankondigt, zijn de enige beschikbare documenten. De conclusie kan zijn dat Vicus (in het gesprek werd de naam veelal beperkt) zich alleen heeft bezig gehouden met waar het goed in was: prestatief korfballen!
 
Spittend in de rijke historie van de clubs valt het op dat er veel enigszins verwachte maar ook veel onverwachte en leuke overeenkomsten zijn.
 
De speelvelden bijvoorbeeld. Fluks en De Algemene hebben op een aantal dezelfde terreinen gespeeld, Enkele bestaan niet meer (Da Costastraat, Hoge Rijndijk), maar als een rode draad loopt door de geschiedenis het huidige terrein aan de Zoeterwoudsesingel. In de begintijd moest Fluks het KNBLO-terrein delen met Vitesse, de eerste club in Leiden en later dus met De Algemene en ook nog met Crescendo en Zuiderkwartier.
 
De Algemene speelde zijn eerste wedstrijd bij speeltuinvereniging Oosterkwartier, dat de geboorteplek van Vicus Oriëntis. Later speelde “De Algemeene“ – oude spelling – op een veld bij de zweminrichting De Zijl. Het veld werd gehuurd van een voetbalclub met de illustere naam:……….Fides Pacta.
 
Het 10-jarig bestaan vierde De Algemene (in 1943) midden in oorlogstijd in restaurant ………”De Harmonie” in de Breestraat. Bij het 100-jarig bestaan kunnen we deze “tent” gerust als 2e clubhuis van Sporting Trigon bestempelen. Het 25-jarig jubileum van De Algemene (1958) werd in het gebouw van speeltuinvereniging Oosterkwartier gevierd.
 
Fluks kwam indirect tot stand door een actie van een operettevereniging, die wat aan sport wilde doen. Na de tweede wereldoorlog ontstond bij De Algemene een muziekclub, die louter …… operettemuziek speelde.
 
Alle clubs hebben op het hoogste niveau gespeeld. Vicus Oriëntis en De Algemene in de hoofdklasse. De Algemene overigens slechts 1 jaar. De bloeiperiode van Fluks lag duidelijk in de beginjaren. Fluks speelde toen op het hoogste niveau (1e klasse) en is zelfs Nederlands kampioen geweest in 1919. Dus 8 jaar na de oprichting!!!
 
Maar er zijn natuurlijk ook verschillen: de (mislukte) fusiebesprekingen tussen Fluks en De Algemene beginjaren 70: het Fluks-clubhuis op het gezamenlijke veld, het verschil in prestatief opzicht zorgden o.a. voor de nodige reuring. De overgang van een tiental Vicus Oriëntisleden naar De Algemene – beginjaren 60 –  zorgde ook al niet voor een goede verstandhouding tussen de clubs. Die was er vaak wel tussen het mannelijk en vrouwelijk geslacht met alle gevolgen vandien. Het werden soms relaties voor het leven. Dat hadden de clubs pas later in de gaten of was het toch een verstandshuwelijk in 1995?
 
De oorsprong van de drie verenigingen is echter nogal verschillend; Fluks (onderwijs), De Algemene (vakbond) en Vicus Oriëntis (speeltuin) hadden een andere achtergrond.
 
Het begon dus allemaal in 1911. Korfbal – een initiatief van leraar Nico Broekhuizen – werd nog niet zo lang gespeeld in Nederland. Broekhuizen zag in Zweden ringbal en bedacht een variant voor Nederland, waarbij de teamsamenstelling (6 mannen en 6 vrouwen) zeker voor die tijd voor een hoop opschudding gezorgd moet hebben.
 
Waarschijnlijk is het volgen een spelleidercursus de directe oorzaak geweest van het ontstaan van Fluks. De oprichters van De Algemene en Vicus Oriëntis (beide ontstaan in 1933) werden rondom dat tijdstip geboren. In Leiden werd al gekorfbald door Vitesse: op speltechnisch gebied één van de betere clubs in Nederland. Er waren overigens toen nog niet zoveel korfbalclubs.
 
Twee onderwijzers (Smeets en Sjouw) verveelden zich kennelijk in 1911 wilden wat aan sport gaan doen. Zij wisten enkele anderen voor dit plan te winnen en men besloot te gaan korfballen. Een Smeets die korfbal gaat promoten! Dat kan nooit familie van de TV-persoonlijkheid zijn, denk je dan meteen.
 
“Voetballen trok ons niet hard, het schone geslacht misschien meer. We waren allemaal boven de twintig en een tikje bezadigd, maar een “kalm” spelletje korfbal dat zouden we nog wel kunnen.” beweerde Smeets wijs geworden 15 jaar later.
 
Een goede zet in de richting van de oprichting van een korfbalclub kwam van de zijde de heer Plesman, die met zijn operettevereniging ook wilde gaan korfballen. Hij zag er kennelijk wel muziek in en via een advertentie het Leidsch Dagblad kwam het contact tussen de twee groepen tot stand. Contactadvertenties zijn dus niks nieuws.
 
Na de eerste bespreking zat er echter niet veel schot in de zaak: de operettevoorzitter was enthousiaster dan zijn leden, die een beetje huiverige waren voor zo’n openluchtspel. Toen de korfbalclub toch werd opgericht op die gedenkwaardige 5 april in 1911, waren daar alleen onderwijzers bij aanwezig. De operetteclub was of met de muziek mee of met stille trom vertrokken.
 
De studeerkamer van vader Hocks op het Utrechtse Veer fungeerde als locatie voor de oprichting van Fluks. Het eerste bestuur bestond uit de eerder genoemde onderwijzers Smeets (voorzitter) en Sjouw (secretaris) en mejuffrouw Dijkhof, die op de centen ging letten. Mieke Hocks werd later toegevoegd aan het bestuur en daarmee deed een naam zijn intrede in de vereniging, die onlosmakelijk met Fluks en ook de historie van Sporting Trigon verbonden zal blijven.
 
De vereniging had nog geen naam. Men vond dat het een korte, krachtige, echt Nederlandse naam moest zijn. Mejuffrouw Dijkhof komt de eer toe de naam “Fluks” te hebben bedacht.
 
Er werd een stuk weiland gehuurd, gelegen aan de Hoge Rijndijk, ongeveer waar het gebouw van “Imenexco”  en het aloude Rembrandt Lyceum (nu Bonaventura scholengemeenschap) staan. Het was eigendom van boer van Haasteren, die er zo af en toe koeien liet grazen. De groene plakkaten, die het veld “versierden”,  waren het gevolg daarvan, maar de korfballers maalden er niet om.
 
In het eerste seizoen ging het er nogal gemoedelijk aan toe: de samenstelling van het twaalftal was elke week anders, want er waren 8 à 9 dames en wel 14 tot 17 heren. Gelet op de verhouding in aantal, kan je je afvragen of de heren ook echt allemaal voor het korfbal kwamen. Wat dat betreft is er niet veel veranderd in de loop der tijd
 
Het leverde gekke uitslagen op: zo werd de ene week van het ook net opgerichte HSV (Den Haag) gewonnen met 1-0 en werd een week later van diezelfde club met 10-1 verloren. Ongetwijfeld een leuke tijd voor de vermaak zoekende onderwijzers, maar op de korfballadder zouden ze het nooit ver gebracht hebben.
 
Op sportief gebied kwam de ommekeer toen de heer Sengers een Brabantse vriend aan een baantje op zijn school hielp. Deze Brabander – Frank A. van Zimmeren – bleek een zeer enthousiaste sportman te zijn en hij werd begin 1912 opgenomen in de gelederen van Fluks.
 
Korfbal was zich in die jaren aan het ontwikkelen tot een volwaardige sport. Het Leidse Vitesse speelde hierbij een grote rol. Vitesse hanteerde een speelwijze, die gebaseerd was op kort, snel samenspel en dit werd al snel tot het “Leidse” spel betiteld. Terug naar de roots, zou ik bijna hardop willen zeggen.
 
Het in Zuid-Holland gespeelde korfbal maakte grote indruk op Van Zimmeren en hij stelde zich ten doel Fluks tot dezelfde hoogte op te werken als stadgenoot Vitesse en hij had succes. Hij ontpopte zich als een geboren leider en onderwierp de spelers en speelsters aan rigoureuze methoden (niet bekend is welke dat waren). De prestaties gingen met sprongen vooruit.
 

Korfbaldag 11 april 1916 1e lustrum Fluks

Derdeklassertje Fluks speelde op de “Drie-Octooberfeesten” 1912 een demonstratiewedstrijd tegen het sterke Vitesse met 3-3 gelijk!. In de kortst mogelijke tijd werd de 1e klasse bereikt.
 
Een kort overzicht uit die beginperiode:
 
1912-1913            Ongeslagen kampioen van de 3e klasse B, na beslissingswedstrijden tegen OKK Dordrecht 1- en 2-0,                promotiewedstrijden tegen Delft (2-3 en 3-0) promotie naar de 2e klasse.
1913-1914            Ongeslagen kampioen van de 2e klasse; na promotiewedstrijden tegen ALO (1-1 en 3-2) 1eklasser.
1914-1915            Tweede plaats in de 1e klasse achter Vitesse (H) met gelijk aantal punten, maar slechter doelgemiddelde.
1915-1916            Derde plaats achter Vitesse (L) en Vitesse (H)
1916-1917            Tweede plaats achter Vitesse (L) met gelijk aantal punten, maar slechter doelgemiddelde(Vitesse 100-19, Fluks 56-11)
1917-1918            Kampioen van Zuid-Holland. In de strijd om het landskampioenschap bleek DTV de sterkste: 0-2 en 1-1.
1918-1919            Kampioen van Nederland. De Noord-Hollandse kampioen DEV werd met 6-2 en 4-3 verslagen en de oostelijke kampioen Onder Ons uit Oosterbeek met 9-0 en 10-2. Kampioen van Nederland !
 
Na deze grote jaren kwam er een lichte terugval. Bovendien vertrok Van Zimmeren in 1920 naar het toenmalige Nederlands Oost Indië. Voor zijn grote verdiensten werd hij bij zijn afscheid tot erelid benoemd.
In de daarop volgende periode bleef Fluks tot de topclubs van het land behoren. Vooral de wedstrijden tegen stadgenoot Vitesse waren hoogtepunten in het korfbalseizoen.
 

Leidsch Courant 1919

 
In 1925 nam Fluks afscheid van Mieke Hocks als speelster. Zij had vanaf de oprichting bijzonder veel voor het jonge Fluks gedaan. Zij heeft de naam van Fluks hooggehouden in vele vertegenwoordigende twaalftallen en was onmisbaar bij de organisatie van feestavonden. Bij haar afscheid werd ze benoemd tot erelid.
Een tweede generatie bracht Fluks opnieuw aan de top:
 
1923-1924 Kampioen van Zuid-Holland DTV bleek sterker om de algehele titel: 4-7 en 3-3.
1924-1925 Vierde plaats op de ranglijst.
1925-1926 Kampioen van Zuid-Holland. Ook nu was de kampioen van Noord –Holland (Excelsior uit Hilversum) sterker: 1-3 en 1-1.
 
In die jaren kwam ook het eerste nummer van een eigen clubblad – Fluks Nieuws – tot stand. In 1923 verscheen het eerste (proef)nummer en sinds 1924 is het regelmatig twee keer per maand verschenen. Jac de Pree zorgde er als redacteur voor dat het blad een voortreffelijke reputatie opbouwde.
 
Na 1926 ging het langzaam maar zeker bergafwaarts met de prestaties op het korfbalveld. De verhuizing in 1929 van de oude vertrouwde omgeving van de Zoeterwoudsesingel naar een terrein aan de Nieuwe Vaart (Kanaalweg) deed de vereniging ook geen goed. Herhaaldelijk moesten er na 1930 degradatiewedstrijden worden gespeeld, maar steeds liep het nog goed af. Het vuur was er echter uit: de heilige wil om het hoogste te bereiken, was verdwenen.
 
Het verenigingsleven bloeide echter, wat bleek uit de uitbundige viering van het 5e lustrum in 1936.
 
Omstreeks 1933 was Fluks als enige korfbalvereniging in Leiden overgebleven, die ook uitkwam in de competitie. Vitesse was in 1932 ontbonden en de derde club SDO was reeds eerder ter ziele gegaan. Het ontbreken van concurrentie in Leiden zal mede oorzaak geweest zijn voor de neergang van Fluks.
 
De opkomst van de speeltuinclubs leidde tot het ontstaan van de LKB, waarin Fluks en later ook De Algemene (Frank v Vliet sr, Daan Vijlbrief) een werkzaam aandeel hadden.
 
1933 was een vruchtbaar jaar voor de korfbalsport in Leiden. Vicus Oriëntis en Zuiderkwartier kwamen voort uit de speeltuinwereld. In datzelfde jaar werd ook “De Algemene” opgericht.
 
In 1938 verhuisde Fluks weer eens naar een bijveld van het UVS-terrein aan de Wassenaarseweg. Een hoogtepunt was de opening van het eigen clubhuis in november 1938.
 
Op het veld ging het hoe langer hoe slechter met Fluks. Er dreigde in 1939, ook al door onderlinge onenigheden een complete uittocht. In het veld ontbrak alle geestdrift en de resultaten waren bar slecht. De clubgeest bereikte een dieptepunt, Het einde van Fluks scheen nabij. Het ingrijpen van een aantal oud-leden voorkwam het ergste. Een versterkt bestuur met Frits Schilthuizen als voorzitter pakte de zaken krachtig aan en spoedig vertoonde Fluks weer tekenen van groei. Van onderaf wel te verstaan.
 
Welke maatregelen dat bestuur nam is niet bekend. De resultaten op het veld bleven echter bedroevend, vooral ten gevolge van het niet meer beschikbaar stellen van enkele prominente spelers. Aan onmiddellijke degradatie werd ontsnapt door de inmiddels uitgebroken Tweede Wereldoorlog. De oorlog kwam als het ware als een bevrijding, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. In 1939-1940 was er een noodcompetitie. Er was geen degradatie, althans niet op het sportveld.
 
In 1940-41 werden alle 14 competitiewedstrijden verloren – er stonden spelers en speelsters in het eerste die er nog lang niet geschikt voor waren – en volgde directe degradatie. Na 27 seizoenen kukelde Fluks uit de 1eklasse.
 
De oorlog verstoorde spoedig het normale club- en nog meer het gewone leven. In 1944 werd alle contact met de leden onmogelijk. Het veld werd doorsneden door een tankgracht en een vodje papier -het Fluks Nieuws was verboden – onderhield de onderlinge binding. Onder de moeilijkste omstandigheden – papiergebrek, honger, kou en de verdere oorlogsnarigheid, slaagde Gerrit Horrée erin het blaadje regelmatig te laten verschijnen. Uiteraard was dat ook het geval bij De Algemeene en Vicus Oriëntis.
 
Nadat de meeste Duitsers weer naar huis waren moest ook Fluks verkassen naar een veld aan de Da Costastraat. Veel nieuwelingen verlieten de vereniging en ook het vertoonde spel bleef slecht. In 1947 volgde zelfs degradatie naar de 3e klasse, maar gelukkig duurde dat maar 1 jaar.
 
Na de oorlog werd de sfeer in de verenigingen beter: er kwam meer enthousiasme en in 1951 deed Fluks opnieuw zijn intrede in de 1e klasse. En die hernieuwde kennismaking met de hoogste klasse vond weer plaats op het vertrouwde complex aan de Zoeterwoudsesingel, maar opnieuw volgde degradatie. Het verenigingsleven bloeide echter onder de stimulerende leiding van Ton van Klarenbosch. Anno 1953 was het ledental ongekend gegroeid en telde Fluks 6 seniorentwaalftallen en 3 aspirantentwaalftallen, Nieuw succes kon niet uitblijven, maar het lukte niet een blijvende plaats in de 1e klasse te veroveren.
 
De slechte resultaten in de 1e klas waren niet gunstig voor de vereniging; het ledental liep terug en na het seizoen 1956-1957 was het bijna niet meer mogelijk om een 4e seniorenteam op te stellen. De adspirantenafdeling was echter flink gegroeid. Het bestuur uitbreiden met een jeugdleider (in 1954) begon zijn vruchten af te werpen. Er werd een flinke jeugdwervingsactie ingezet. Het ledental kwam boven de 200. Een gevolg van de snelle groei is geweest dat de gemiddelde leeftijd van Fluks erg laag lag en dat er een gebrek aan kader ontstond. De jongeren bleken nog zeer huiverig te staan tegen een bestuursbaantje, zodat er van de nagestreefde verjonging van het bestuur weinig terecht kwam. In 1961 was Fluks de grootste vereniging van Leiden. Het 1e twaalftal stond er goed voor in de 1e klasse, maar inmiddels was daar wel een Hoofdklasse bovengekomen.
 
Bij het 50 jarig bestaan had Fluks 6 senioren-, 2 junioren- en 6 adspirantentwaalftallen. Met twee bondstrainers in de gelederen – Jaap van Nierop en Karel Betcke – moest Fluks in staat worden geacht een plaats in die hoofdklasse te bemachtigen, wat niet gelukt is.
 
Bij dat jubileum verwoordt Han Stoutjesdijk het nog maar eens:
“De doelstelling van Fluks is niet het draaiende houdende van een pretvereniging, maar het bereiken van de hoogste top in het korfbalwereldje”.
 
Exact 50 jaar later houdt onze huidige voorzitter Jeroen Weijermars een gloedvol betoog van dezelfde strekking. Hoe zo met de tijd meegaan?
 
Zoals gezegd was 1933 een opmerkelijk jaar voor de korfbalsport in Leiden. Fluks deed veel om de korfbalsport te promoten: niet alleen in Leiden, maar vooral in het land. Onder de aanvoering van de toenmalige voorzitter Gerrit Horree trok men in vakantietijd op de fiets naar zelfs Drenthe en Friesland om propagandatoernooien te spelen. In eigen omgeving stond Fluks ook aan de basis van de oprichting van Vicus Oriëntis. Veel is er uit de geschiedenis van VO niet bewaard gebleven, maar bekend is wel dat Jan Cats, Paul Koolen, Jan Beijer en Cor Gottmer de oprichters van de club zijn. De voor de hand liggende naam was Oosterkwartier, maar omdat er al een club met die naam in Haarlem bestond, werd de naam maar gelatiniseerd: Vicus Oriëntis betekent dus gewoon: Oosterkwartier.
 
Op 19 mei 1933 werd in zaal 9 van het Volksgebouw aan de Herengracht door het afdelingsbestuur van de “Algemeene Nederlandsche Bond van Handels- en kantoorbedienden” een ledenvergadering belegd. In dat bestuur zaten o.a. Annie Overeem, Frank van Vliet en Henk Zunderman Jr. Tijdens die vergadering kwam Bram Martijn met het voorstel tot oprichting van een sportgroep binnen de Bond, bestaande uit een korfbal- en voetbalvereniging. Dit voorstel vond instemming en zoiets gaat niet zonder het instellen van een commissie. Ook op dat gebied is er dus niks veranderd.
 
Deze commissie “Maatschappelijk Werk” bestond uit Leen vd Heijden, Frank van Vliet en Bram Martijn. Men peilde de belangstelling onder de eigenlijke vakbondsleden en dat leidde op 19 juni 1933 tot de oprichting van een korfbalafdeling van de “Algemeene Bond”. Onder de leden van het eerste uur bekende namen als Van Vliet, Sloos, Harteveld, Holswilder, vd Broek, Vijlbrief.
 
De eerste training werd gehouden bij speeltuin “ Oosterkwartier” onder leiding van het Flukslid Maarten Hocks. In die beginfase hebben ook de heren Vijlbrief, Ragut en Jan van Weesel de beginselen van het korfbalspel bijgebracht. Dat groepje breidde zich sterk uit met o.a. Gé Kikkert, nog wat Assiés, Hartevelden en vd Broeken.
 
Het werd daardoor mogelijk met 2 twaalftallen aan de “Algemene Bondstoernooien”, vriendschappelijke wedstrijden tegen o.a. Vroom & Dreesman te spelen. Om met een compleet twaalftal aan wedstrijden te kunnen deelnemen was het toegestaan door de Bond om huisgenoten te laten meespelen.
 
Het eerste veld dat “De Algemeene” – later is de naam aangepast aan de nieuwe spelling, dus De Algemene – bespeelde was gelegen achter de zweminrichting “De Zijl” en behoorde toe aan een voetbalvereniging met de illustere naam: Fides Pacta (ja, ja). We hebben het wel over 1934. Het was een veld omsingeld door sloten en ook dat veld werd meer dan eens door koeien begraasd. Maar de koeien graasden er niet alleen………….Soms belandde een wat al te fanatieke speler door een glijpartij met bal en al in de sloot.
 
Toilet- en wasgelegenheid was er niet. Wassen gebeurde in de Zijl en als je nodig moest, dan maar achter het hok.
 
Hoewel het ledental van de korfbalafdeling groeide, leverde dat niet nieuwe leden op voor de vakbond. En dat was juist één van de voorwaarden van de Vakbond om financiële ondersteuning te ontvangen. Het eerste lustrum werd voor die tijd groots gevierd; vooral door de inzet van de families Vd Broek en Sloos.
 
Vlak erna barstte de bom. De vakbond vroeg zich af waar al die mensen op dat feest vandaan kwamen, want zoveel leden had men er in die 5 jaar niet bijgekregen! De korfbalafdeling werd voor de keus gesteld: “Geen buitenstaanders aannemen, dus klein blijven en door gebrek aan jeugdleden geheel verdwijnen” of “zelfstandig worden”. Het toenmalige bestuur van de korfbalgroep heeft toen de verdragende beslissing genomen als onafhankelijke korfbalvereniging verder te gaan. Met toestemming van de vakbond kon de naam “De Algemeene” behouden blijven.
 
In de oorlogsjaren (1940-1945) had de vereniging een groot aandeel in de opvang van de jeugd. Op een gegeven moment telde “De Algemeene” ca 125 adspiranten, die hun wedstrijden voornamelijk in speeltuinen afwerkten. Op de fiets van de ene naar de andere speeltuin om alles goed te laten verlopen.
 
In 1943 werd het 10-jarig bestaan gevierd met een diner in restaurant ”De Harmonie” in de Breestraat. In die tijd was alles op de bon, zodat er eerst bij de deelnemers aan het diner een klontje van de margarinetoewijzing opgehaald moest worden anders kon de kok van “De Harmonie” geen diner bereiden. Surrogaat koffie en de soep was ook niet van vlees of soepbenen bereid. Maar iedereen was er nog en er kon nog – zij het steeds moeilijker – gekorfbald worden.
 
De reis voor een wedstrijd in Den Haag ging per trein. Kosten retourtje: 48 cent, inclusief het gebruik van de Haagsche Tram!!  Velden werden ook niet zo snel afgekeurd. Vaak moesten er eerst plakken ijs van het veld worden verwijderd, want de competitie moest doorgaan. De oorlogsjaren werden steeds moeilijker. Vervoer was alleen nog mogelijk per fiets, maar toen de “op bezoek zijnde” Oosterburen dit vervoermiddel wel handig vonden, bleef er niet veel meer over: geen fiets, geen sportkleding, geen eten en geen lichamelijke energie meer……
Na de bevrijding vierde “De Algemeene” dubbel feest: er kon weer gekorfbald worden en de viering van het 12½ jarig bestaan. De grote zaal van de Stadsgehoorzaal werd afgehuurd, de avond werd verzorgd door beroepsartiesten en de vereniging hield er nog 40 gulden aan over.
 
Na veel omzwervingen – De Zijl, Zuijdtwijck Wassenaar (daar staat nu de Amerikaanse school), Leidsche Hout, Pesthuislaan, Da Costastraat, Burggravenlaan (later Pernix) werd uiteindelijk in 1953 het terrein aan de Zoeterwoudsesingel het thuisveld. Dat terrein (KNBLO) moest worden gedeeld met Zuiderkwartier, Fluks en Crescendo. Nadat Crescendo en Zuiderkwartier naar de Montgomerystraat vertrokken waren, ging Fluks plannen maken voor de bouw van een clubhuis. Tot die tijd werd de catering verzorgd vanuit een ruimte tussen de kleedkamers. Alles is er nog, behalve “kantinebaas “ Leuering(overleden).

Bar tussen kleedkamers (zie ruimte tussen kleedkamer onze huidige cv ruimte)

Bij de clubs was het niet altijd rustig. 8 Jaar na de bevrijding brak bij Vicus Oriëntis “de oorlog” uit. Maar liefst 10 spelers en speelsters stapten over naar De Algemene. Onder hen Jan vd Water en Piet Kruit, die nog steeds bij de wedstrijden van het eerste tussen de toeschouwers gesignaleerd wordt.
 
De Algemene had toen in Klaas Mulder een gerenommeerde trainer. Mulder heeft een aantal toonaangevende korfbalboeken op zijn naam staan. In 1956 meldde ene Broeder zich aan als trainer op basis van een reiskostenvergoeding.
 
Bij het 25-jarig bestaan in 1958 treedt Frank van Vliet Sr af na 25 jaar secretaris-penningmeester te zijn geweest. Op de munten letten zit toch kennelijk in het bloed van de familie, al zal de huidige penningmeester deze periode beslist niet gaan en ook willen overtreffen. Op dat moment krijgt een 10-jarige tweeling met dezelfde achternaam dispensatie van de Bond om een jaar eerder dan officieel is toegestaan (de minimum leeftijd is 11 jaar) in de competitie te mogen uitkomen. Pupillen, welpen en spelerskaarten waren er toen nog niet.
 
In 1960/61 reorganiseert de landelijke bond en worden twee hoofdklassen ingesteld, geformeerd uit de gewestelijke eerste klassen. Als kampioen van 2A, had De Algemene het recht met de kampioen van 2B (Rozenburg) en de nummer 3 van onder uit de 1e klasse (Spangen) te strijden om 2 plaatsen in de hoogste klasse. De Algemene en Rozenburg wonnen beide hun thuiswedstrijd (Spangen was voor beide te sterk) en dus volgde er op het terrein van Ons Eibernest een extra wedstrijd. Pas na strafworpen (van 4 meter) werd de strijd beslist. Met 3-0 (24 strafworpen !!) won De Algemene en plaatste zich daarmee voor de hoofdklasse!. Dat bleef het maar 1 jaar, maar het leverde wel volop aandacht in de kranten en zelfs op de radio (Dick van Rijns Sportrevue) op.
 
Toen de Algemene was teruggezakt naar 2e klas was het tijd voor verjonging en trad een periode aan van een gestage opmars naar een hoger niveau. Zowel op het veld als in de zaal werd De Algemene overgangsklasser. In de zaal bleef de relatief kleine vereniging zelfs 10 jaar lang onafgebroken overgangsklasser met ups and downs. Eenmaal werd bijna de hoofdklasse bereikt, maar de overwinningen op kampioen Die Haghe (thuis 9-5 en uit 14-16) waren niet voldoende. De Algemene kwam een punt tekort door 1 gelijkspel en 2 nederlagen tegen de …… beide degradanten.
In die periode hebben Vicus Oriëntis, De Algemene en Fluks eenmalig in de overgangklasse B (zaal) op hetzelfde niveau gespeeld, VO troefde De Algemene om de titel af, Fluks degradeerde.
 
In 1973 komt de eerste fusie in Leiden tot stand. Fluks en Vicus Oriëntis besluiten samen te gaan. Het leeftijdsverschil bij dit huwelijk (Fluks 62, VO 40) vormde geen beletsel. De goede voorbereiding zorgde ervoor dat er bij verbintenis nauwelijks problemen waren. Slechts 4 leden (in totaal) bedankten.
 
Op sportief gebied had Vicus Orientis de grootste inbreng, organisatorisch had Fluks de zaken beter voor elkaar. Een perfecte match. In de voorbereiding werd een aantal toernooien gespeeld zodat de technische commissie het spelersarsenaal kon taxeren. De zaak was gauw duidelijk. Veelzeggend was dat geen enkele speler van Fluks in het eerste team van Fides Pacta een plaats wist te veroveren.
 
Jan de Haas (oud-preses van Fluks) werd de eerste voorzitter, zijn collega van Vicus Oriëntis Nico de Graaf vice voorzitter.
 
Fides Pacta werd geboren. De Latijnse naam werd bedacht door Jaap van Nierop. “In vertrouwen samengebracht.” Ik was op dat moment als (korfbal)correspondent aan het Leidsch Dagblad verbonden en weet nog erg goed dat midden in de (vrijdag)nacht redacteur Jan Preenen belde om te weten of de fusie inderdaad tot stand gekomen was. Korfbal was toen ook al het ondergeschoven kindje in de pers, maar dit wilde men toch wel even als primeur hebben. “Wat zeg je, Fides Fanta”, reageerde hij vermakelijk toen ik de naam van de nieuwe club aan hem doorgaf.
 
De nieuwe naam was echter gauw ingeburgerd. Ook bij de tegenstanders. De invloed van de gelouterde bondstrainers Gerard Bos en Ruud vd Horst is op de successen erg groot geweest. En voor laatstgenoemde hield het niet op bij selectieteams, want in de 15 jaar Sporting Trigon heeft Ruud erg veel achter en ook voor de schermen gewerkt om Trigon in de breedte sterker te maken. Ruud deinsde er niet voor terug recreanten een uurtje bezig te houden en hij genoot er ook nog van.
 

Kantine De Algemene jaren 70

Fides Pacta ging spelen op het terrein aan de Zoeterwoudsesingel. De Algemene verkaste naar de Leidse Hout en had voor het eerst in zijn bestaan een eigen onderkomen. Het legde de club geen windeieren. De voltooiing van de nieuwbouw in de Merenwijk leverde de vereniging een flinke groei op met veel jeugdteams, wat ook doorwerkte naar de eerste selectie. Het eerste team promoveerde naar de overgangsklasse, wat ook Fides Pacta lukte en zo kwamen de teams elkaar regelmatig op dat niveau tegen. Fides Pacta slaagde er in door te stoten naar de Hoofdklasse en speelde daarin met veel succes en zorgde voor veel nieuws: de reis voor de uitwedstrijd naar Groningen werd per vliegtuig afgelegd. Veel publiciteit kreeg de club op minder positieve manier: het “neerslaan” van de grensrechter in een wedstrijd in Amsterdam haalde zelfs de voorpagina van De Telegraaf. Maar ook toen maakte dit dagblad al veel ophef van iets dat in de praktijk wel meeviel. Wim Niesing Sr weet er veel meer van.

Fides Pacta met vliegtuig naar Nic in Groningen

Halverwege het laatste decennium van de 20e eeuw was Fides Pacta teruggezakt naar de 1e klasse, zowel in de zaal als op het veld en dreigde opnieuw te degraderen. Op dat moment stond De Algemene op het punt te promoveren naar de overgangsklasse. In een rechtstreeks duel (zaal) werd het pleit beslecht. Er waren toen al besprekingen geweest, die moesten leiden naar een bundeling van de krachten. De Algemene zag het jeugdbestand flink teruglopen. Het effect van de Merenwijk was uitgewerkt, mede omdat Pernix naar het terrein naast de Groenoordhal verhuisde en daarmee de Merenwijk als grootste ledenbinder omarmde.
 
We spreken over 1995. Het was eigenlijk eenzelfde situatie als in 1973. Fides Pacta (toen Fluks) had het kader, De Algemene (toen Vicus Oriëntis) de betere spelers en speelsters.
 
Het werd dus Sporting Trigon. De naam is bedacht door onze huidige voorzitter, die op dat moment beslist niet het vermoeden had ooit nog eens met de voorzittershamer te gaan jongleren. Of misschien ook wel. Eerste voorzitter werd de ervaren bestuurder Frans de Haas, de preses van Fides Pacta, die deze taak in de lastige beginjaren op uitstekende wijze heeft vervuld. Peter vd Velden nam het denkbeeldige stokje van hem over in het lastige vervolgtraject.
 
De fusie was een verstandige beslissing. Zo keerde De Algemene weer terug naar het terrein aan de Zoeterwoudsesingel, voor diverse leden terug naar waar het voor hen allemaal was begonnen. Gekscherend hebben we wel eens gezegd: we zijn er praktisch geboren en met de Lorentzhof in de buurt is de kans aanwezig dat we er ook zullen eindigen….
 
Sporting Trigon stootte door naar het allerhoogste niveau: eerst binnen en later ook buiten. “De lange mannen uit Leiden” kopte een oostelijk dagblad, nadat Trigon in Almelo AKC had overwonnen. Men kende toen in de hoofdklasse een droomstart door de eerste 3 duels te winnen.
 
Ook op het veld slaagde Sporting Trigon erin de hoofdklasse te halen. Het verleidde de toenmalige wethouder Alexander Pechtold ertoe het gras aan de Zoeterwoudsesingel te vervangen door kunstgras. “Want alle hoofdklasseclubs beschikten over kunstgras, dus kon Leiden niet achterblijven”, was zijn opvatting.
Nou ja kunstgras… Anno 2010 is het meer een zandbak, waarop je maar moeilijk uit de voeten komt en vervelende blessures kan oplopen.
 

Trigon promoveert naar zaal hoofdklasse 1998

Gerenommeerde tegenstanders werden verslagen aan de Zoeterwoudsesingel, zoals Deetos, PKC, Oost Arnhem. Ook in de zaal werden prima resultaten behaald en was de Vijf Meihal vaak tot de nok gevuld met belangstellenden. “Sta op als je voor Trigon bent” zorgde ervoor dat de tegenstander niet graag naar Leiden kwam.

Opening kunstgras Sporting Trigon 2000 door Alexander Pechtold

Het team was toen zo uitzonderlijk, dat onze club het een keer in zijn geheel als Leids team in de jaarlijkse oefenpot tegen het Nederlands team mocht opnemen. Oranje had de grootste moeite om te winnen.
 
Maar zoals bij veel fusies was op een gegeven moment de rek er een beetje uit. Sportief gezien moest er een stap terug gezet worden. Het werd sinds die tijd pendelen tussen overgangsklasse en 1e klasse. Ook organisatorisch was een impuls hard nodig. Onder de bezielende leiding van Jeroen Weijermars werd een nieuw bestuur geformeerd. Ook onder de organisatie werd een flinke fundering gelegd. Ouders en jeugdleden werden sterk betrokken bij het verrichten van activiteiten in de vereniging.
 
Behalve op sportief gebied onderscheidt onze club zich ook op sociaal gebied. Korfbal mogelijk maken voor mensen met een (verstandelijke) handicap is een verrijking van het clubleven gebleken. Het organiseren van het Nederlands kampioenschap op het terrein aan de Zoeterwoudsesingel is één van de hoogtepunten uit de geschiedenis van Sporting Trigon. Het behalen van het Nederlands Kampioenschap door ons G-team kwam daar nog eens bij.
 
De samenwerking met “Het Kasteel” maakte naschoolse opvang mogelijk en dat leidde weer tot een complete renovatie en uitbreiding van het clubhuis. Marc Witteman (komend gedeputeerde van de provincie Flevoland) had een paar pogingen nodig om de bal door de geprepareerde korf te gooien, daarmee de opening van het nieuwe onderkomen officieel gestalte gevend.
 
In die 100 jaar heeft onze club diverse spelers en speelsters geleverd aan vertegenwoordigende en zelfs Nationale (jeugd)teams. Niet alle namen zijn bekend, maar zeker is dat Piet Kruit, Alfred Lambooy, Bettina Sommeling, Chantal van Duijn en Maarten van Vliet (jeugd)interlands daadwerkelijk voor Oranje hebben gespeeld.
 
Ook na 100 jaar is Sporting Trigon springlevend. Denk daarbij ook aan de zeer vermaarde jeugdkampen, het schutterstoernooi met de aansluitende barbecue, de diverse (thema)feestavonden nog vele nevenactiviteiten.

Wim van Vliet