Korfbal is een van oorsprong Nederlandse sport, bedacht door de Amsterdamse onderwijzer Nico Broekhuysen in 1902. Het spel is gebaseerd op het Zweedse ringboll, waarmee Broekhuysen in het Zweedse plaatsje Nääs in 1902 in aanraking kwam. Korfbal kenmerkt zich door het feit dat het een van de weinige teamsporten is die niet is voorbehouden aan dames en heren apart: korfbal wordt van oudsher gemengd gespeeld (maar kent daarnaast ook een damescompetitie).

In Nederland is de oudste, nog bestaande en niet gefuseerde korfbalvereniging, de Haagsche Korfbal Club ALO, opgericht op 1 februari 1906. AW/DTV, een Amsterdamse vereniging die opgericht werd op 10 september 1996 na een fusie tussen Allen Weerbaar en DTV, maakt ook aanspraak omdat een van de gefuseerde verenigingen als oprichtingsdatum 1 november 1902 had.

Basisspelregels

Korfbal is een balsport waarbij getracht wordt een bal zo vaak mogelijk door de korf van de tegenstander te werpen. Elk team heeft een korf die op een hoogte van 3,5 meter is opgehangen aan een paal. Bij de jongere jeugd gelden aangepaste hoogtes van de korf: 2,0 / 2,5 / 3,0 meter. Men dient de bal te gooien, het spelen van de bal met de voet, been of vuist is niet toegestaan. Het team dat de meeste doelpunten maakt wint. Een geldig doelpunt wordt gemaakt door de bal van bovenaf door de korf van de tegenpartij te gooien.

Korfbal wordt zowel in de zaal als op het veld gespeeld. Een team bestaat tegenwoordig altijd uit acht spelers: vier vrouwen en vier mannen. 2 Vrouwen en 2 mannen in het ene vak en 2 mannen en 2 vrouwen in het andere vak. Tot 1991 werd korfbal in de veldvariant gespeeld met twaalf spelers, zes dames en zes heren. In die variant was er sprake van een middenvak (zie over vakken hieronder).

Het veld

Het korfbalveld – afmeting bij de senioren en junioren 40 x 20 meter (60 x 30 meter voor een buitenveld) – is verdeeld in twee vakken (helften van het speelveld). Eén van de vakken is het aanvalsvak, het andere is het verdedigingsvak. Een team plaatst twee dames en twee heren in het aanvalsvak, de andere twee dames en twee heren in het verdedigingsvak. Elke keer als er 2 doelpunten (in totaal over beide teams) gescoord zijn, wordt er van vak gewisseld.

Bij de F-jeugd (van 6 t/m 8 jaar) wordt eenvakskorfbal gespeeld. Hierbij moet je zowel aanvallen als verdedigen over het hele veld. Bij de jeugd E (van 8 t/m 10 jaar), D (van 10 t/m 12 jaar), C (van 12 t/m 14 jaar), B (14 t/m 16 jaar) en A (16 t/m 19 jaar) wordt in twee vakken gespeeld. Er wordt afhankelijk van de leeftijdscategorie en speelsterkte gewisseld van vak en functie. In leeftijdscategorie E wordt na 10 minuten van vak gewisseld, in leeftijdscategorie D na 12,5 minuut. In de D-hoofdklasse en leeftijdscategorieën C en verder wordt er van vak gewisseld nadat er 2 doelpunten zijn gescoord. De spelers uit het verdedigingsvak gaan naar het aanvalsvak, en andersom.

Het middenvak is sinds 1991 afgeschaft. Dit vak lag tussen het aanvalsvak en het verdedigingsvak. De enige functie was het overbrengen van de bal van het verdedigingsvak (waar de bal was onderschept) naar het aanvalsvak (waar gescoord moet worden). Omdat het middenvak nauwelijks een toegevoegde waarde had voor de sport (de bal werd er nauwelijks onderschept en bleef er vaak hooguit enkele seconden), wordt het tegenwoordig achterwege gelaten.

Op 14 december 2013 heeft de Bondsbestuur van het KNKV aan de bondsraad bekend gemaakt de afmetingen van het speelveld voor veldkorfbal voor Senioren, Dames, A, B en C-jeugd aan te passen tot 40 x 20 meter. Door de kleinere afmetingen wordt het spel directer en aantrekkelijker. Het resultaat van deze aanpak moet uiteindelijk zijn dat meer kinderen en volwassenen veel plezier aan de korfbalsport beleven, waarbij elke speler zich maximaal kan ontwikkelen. Deze aanpassing is toegestaan met ingang van het seizoen 2014-2015. In de periode van 1 juli 2014 t/m 30 juni 2026 hebben alle korfbalverenigingen de tijd om hun huidige wedstrijdvelden (gras en kunstgras) aan te passen naar de vaste afmeting van 40 x 20 meter.

Scoren

Punten worden behaald wanneer de bal door de korf van de tegenpartij gaat. Deze moet volledig door de korf vallen. Wanneer de bal van onder door de korf gaat en daarna weer door de korf valt, telt dit niet als doelpunt. Mocht de bal van bovenaf in de korf vallen, maar door het effect dat erin zit de korf ook weer aan de bovenkant verlaten, dan telt dit eveneens niet als doelpunt.

Iedere keer dat de bal door de korf valt, telt dit als 1 punt.

Een doelpunt kan worden gemaakt door een afstandsschot; in deze variant schiet de speler van relatief grote afstand (6 tot ruim 10 meter) de bal in de korf. Een variant is de doorloopbal; hierbij loopt de speler zijn/haar directe tegenstander voorbij en krijgt de bal aangespeeld door een medespeler die zich meestal in de buurt van de korf heeft opgesteld en ‘schiet’ de bal onderhands in de loop. Verder bestaat er nog de korte kans waarbij er van korte afstand geschoten wordt, dit komt vooral veel voor bij vrije ballen.

Een bijzondere vorm van scoren is de strafworp. Als de verdediging van de ene partij de aanval van de andere partij een doelkans ontneemt door middel van een spelregelovertreding, wordt een strafworp toegekend. Ook wordt er een strafworp gegeven door de scheidsrechter wanneer een verdediger herhaaldelijk een overtreding maakt die het aanvalsspel belemmert. Eén speler van de aanvallende partij mag vanaf 2,5 meter voor de korf ongehinderd een doelpoging doen. Alle andere spelers moeten daarbij op minimaal 2,5 meter afstand van de paal en de schutter blijven.

Een andere manier om te scoren is de vrije worp. Een vrije worp wordt gegeven als er een zware of bewuste overtreding wordt gemaakt waarbij geen doelkans verloren gaat. Bij deze spelonderbreking moet de nemer achter de strafworpstip gaan staan en alle andere spelers 2,5 meter afstand nemen van de strafworpstip. Ook mogen de spelers van de aanvallende partij niet binnen een afstand van 2,5 meter van elkaar af staan. De speler die de bal uitneemt mag niet direct scoren, maar moet eerst naar een medespeler gooien.

Bij een lichte overtreding wordt er een spelhervatting toegekend door de scheidsrechter. Bij een spelhervatting wordt de bal toegekend aan de benadeelde partij op de plek waar de overtreding plaats vond. Hij/zij mag niet actief worden gehinderd door een tegenstander, mag niet rechtstreeks scoren en niet naar een medespeler gooien die binnen 2,5 meter van hem/haar staat.

De spelregels betreffende de vrije worp en de spelhervatting zijn sinds 1 juli 2007 bij alle korfbalwedstrijden van toepassing en daarvoor alleen bij wedstrijden in de Korfbal League.

Verdedigen

Een aanval kan door de tegenpartij worden verdedigd. Indien de verdediger zich zo opstelt dat hij/zij dichter bij de korf is dan de aanvaller, op een afstand waarbij hij/zij het lichaam van de tegenspeler kan aanraken, wanneer hij/zij de aanvaller aankijkt en daadwerkelijk tracht het schot tegen te blokkeren (de arm uitsteken), is de aanvaller verdedigd, en mag deze niet op de korf schieten. Als hij toch schiet, geldt een eventueel doelpunt niet en mag de tegenstander de bal uit nemen. Bij het verdedigen geldt dat dames alleen dames mogen verdedigen en de heren ook alleen elkaar. Als een dame een doelpoging waagt, die verdedigd wordt door een heer, wordt er een strafworp gegeven. Omgekeerd is dat uiteraard ook het geval. Wél mag er onderling van tegenstander worden gewisseld, zolang deze van hetzelfde geslacht is.

Lopen

Een speler die in balbezit is, mag niet lopen met de bal. Het is voor de speler die in balbezit is wél toegestaan van voet te wisselen, mits deze op dezelfde plaats blijft staan. Zodra de bal is afgespeeld mag uiteraard weer worden gelopen.

Deze regel heeft tot gevolg dat veel van de acties (bijna per definitie) wel van de andere drie spelers in het (aanvals)vak moeten komen. Een speler, die zojuist de bal heeft afgespeeld, zal direct weer in actie komen om zich vrij te lopen en aanspeelbaar te zijn. Korfbal is daardoor van nature een beweeglijk en explosief spel.

De korf

Zoals hierboven al was vermeld, hangt bovenaan de paal een korf. Dit is een ronde mand zonder bodem met een diameter van 38 – 42 centimeter. Van oudsher werd deze mand van riet of rotan gemaakt. Dit natuurlijke materiaal leverde echter nogal wat verschillen in korven op. Met name bij regelmatig gebruikte, vaak oudere manden hing de voorkant nog wel eens duidelijk naar beneden. Hieraan is een einde gekomen met de komst van de kunststofkorf.

Sinds 1 januari 2005 worden alle internationale wedstrijden onder auspiciën van de Internationale Korfbal Federatie (IKF) gespeeld met goedgekeurde kunststofkorven en aluminium palen. In Nederland en België zijn deze kunststofkorven en aluminium palen verplicht materiaal. Per 1 juli 2008 speelt de gehele korfbalgemeenschap in de wereld – ruim 50 landen – reglementair haar wedstrijden met kunststofkorven.

Bron: Wikipedia